Hoe kunnen we goede voorouders zijn?

Kathedraaldenken en de EuropaHammer van Andreas Rimkus

Door Leonie Mijnlieff

Er staat een hamer in een bos in Otterlo. Niet een gewone hamer, maar een gesmeed ijzeren hamerhoofd van 12,8 ton, 320 centimeter lang, liggend tussen de bomen van het beeldentuin van het Kröller-Müller Museum. En midden in het oog van die hamer groeit een ginkgoboom.

Die boom is het werk. Of beter gezegd: die boom ís het kunstwerk nog niet. Die boom zal het kunstwerk wórden. Over misschien wel honderd, honderdvijftig jaar, als hij groot genoeg is gegroeid om de steel van de hamer te vormen, is het werk klaar. Of in ieder geval: klaarder. Want wie bepaalt wanneer een boom af is?

Dit is de EuropaHammer van de Duitse kunstenaar en smid Andreas Rimkus. En het is een van de meest indrukwekkende voorbeelden van wat we kathedraaldenken kunnen noemen.

Wat is kathedraaldenken?

De bouwers van de middeleeuwse kathedralen wisten dat ze hun werk nooit af zouden zien. De Notre-Dame in Parijs werd meer dan twee eeuwen gebouwd. De Sagrada Família in Barcelona is nog steeds niet voltooid (wel bijna) dat al since 1882. Generaties van ambachtslieden, architecten en bouwers werkten aan iets wat groter was dan henzelf, groter dan hun leven.

Filosoof en auteur Roman Krznaric muntte de term 'kathedraaldenken' als een van de kernstrategieën om een goede voorouder te zijn. Het houdt in dat je aan projecten begint met een tijdsspanne die verder reikt dan je eigen carrière en je eigen leven. Het is het tegenovergestelde van de kwartaalcijfer-cultuur, van het kortetermijndenken waarmee we de meeste problemen van onze tijd hebben gecreëerd.

Kathedraaldenken houdt in dat je plezier hebt om dingen te doen waar je niet onmiddellijk voordeel uit haalt, maar waarvan je weet dat toekomstige generaties zullen kunnen genieten, dingen die de tand des tijds doorstaan.

En precies dat is wat Rimkus heeft gedaan. Alleen niet in steen. In ijzer en hout en tijd.

Een hamer op zeven continenten

De EuropaHammer is geen solitair werk. Het is onderdeel van een wereldomspannend project: zeven gesmede hamers, één op elk continent — Europa, Azië, Afrika, Australië, Noord-Amerika, Zuid-Amerika en Antarctica. Bij elk hamerhoofd wordt een boom geplant die de steel zal vormen terwijl hij groeit. De ginkgo is gekozen vanwege de symboliek: het is een sterke boom die generaties meegaat. Naarmate de boom groeit, vergroeit hij met het hamerhoofd.

In de beeldentuin van het Kröller-Müller Museum staat een sculptuur die pas over meerdere generaties zijn voltooiing zal naderen. Dat is geen beperking van het kunstwerk. Dat ís het kunstwerk.

Rimkus smeedde niet alleen hamer na hamer. Hij smeedde ook zeven spaden — één voor elke plantceremonie. Zeven eerste spades. Zeven begin-momenten. Want zo werkt kathedraaldenken: je begint, wetend dat je het einde nooit zult zien. Dat vraagt iets bijzonders van een mens.

De ginkgo als getuige

De ginkgo is niet toevallig gekozen. Dit is een boom die al meer dan 270 miljoen jaar op aarde bestaat. Hij overleefde de massa-extinctie waardoor de dinosaurussen verdwenen. Er groeien ginkgobomen in Hiroshima die de atoombom van 1945 overleefden en daarna gewoon weer uitbotten.

Een ginkgo plant je niet voor jezelf. Je plant hem voor de mensen die na je komen.

Dat de boom in het oog van de hamer wordt geplant is haast te mooi om waar te zijn. Het oog — die holle ruimte in een hamerhoofd waar normaal gesproken de steel doorheen gaat — is hier de plek van leven, van groei, van toekomst. De hamer als instrument van arbeid en kracht, maar ook als drager van iets levends.

Ontelbare middeleeuwse architecten, timmerlui, schilders en beeldhouwers zagen de kathedralen waar ze aan bouwden nooit voltooid. Kathedralen hadden een planning op de ultralange termijn — niet zelden duurde het langer dan honderd jaar. Rimkus brengt datzelfde principe terug in de hedendaagse kunst. En hij vraagt ons: kun jij iets beginnen waarvan jij het einde niet zult zien?

Wat dit met ons te maken heeft

Als coach en creatief therapeut werk ik veel met mensen die vast zijn gelopen. Mensen die uitgeput zijn door een leven van presteren, van korte termijn, van aantonen en bewijzen. Mensen die zijn vergeten wat het is om iets te doen omdat het de moeite waard is — niet omdat het rendeert.

De EuropaHammer raakt me elke keer als ik eraan denk. Niet omdat het groot is (hoewel het dat is). Maar omdat het gaat over overgave. Over het loslaten van controle over de uitkomst. Over een daad van vertrouwen in de toekomst.

Kathedraaldenken is niet alleen denken aan de korte termijn, maar verder vooruitkijken naar de impact die je kunt maken over generaties heen. Hoeveel van wat wij doen — in ons werk, in onze relaties, in onze keuzes — is ingegeven door angst voor de korte termijn? Door behoefte aan direct resultaat? En hoeveel durven we te doen vanuit een dieper vertrouwen: dit is goed, ook al zie ik de vruchten er nooit van?

Ambacht als verbinding met de toekomst

Er is nog iets in het werk van Rimkus dat me bijblijft: het is met de hand gesmeed. Door iemand die de eeuwenoude kunst van het smeden levend wil houden. Het project is bedoeld om de smeedkunst levend te houden voor toekomstige generaties.

Ambacht als doorgeefluik. Kennis die van hand tot hand gaat, van generatie op generatie. Precies zoals de boom van generatie op generatie zal groeien.

Er zit iets diep menselijks in dit verlangen: iets achterlaten dat groeit. Niet een monument van steen — koud en stilstaand, maar iets dat ademt, dat reageert op de seizoenen, dat langzaam maar zeker zijn bestemming nadert. Dat is een ander soort hoop dan we gewend zijn.

Tot slot: beginnen zonder te weten hoe het afloopt

Ik ben geen smid. Maar ik herken het verlangen dat in de EuropaHammer zit. Het verlangen om iets te doen dat verder reikt dan jezelf. Om zaad te zaaien in de wetenschap dat je de oogst niet zult meemaken — maar dat er oogst zál zijn.

De voorbeelden van langetermijnprojecten spelen zich vaak af in het domein van science-fiction of experimentele kunst. Terwijl we ze zouden moeten inzetten als het gaat om het terugdringen van klimaatverandering, systemische ongelijkheid en het herstel van ecosystemen.

Misschien begint kathedraaldenken klein. Met een gesprek dat je voert, wetend dat de ander er pas over tien jaar iets mee doet. Met een boom die je plant in een tuin die je straks verlaat. Met werk dat je doet vanuit overtuiging, niet vanuit bewijs.

Als je ooit in de buurt van Otterlo bent: ga naar het Kröller-Müller. Loop de beeldentuin in. Zoek de hamer. Kijk naar de boom die erin groeit.

En vraag jezelf af: wat plant ík, dat na mij blijft groeien?